maandag 7 mei 2012

Hersenschimmen

Dit boek heb ik in de vakantie gelezen. De voornaamste reden dat ik het las, was omdat ik voor het einde van het jaar een tweede boekverslag af moet hebben. Maar dat was zeker niet de enige reden. Ik had het boek al eens eerder gelezen, en wou het graag herlezen. Omdat Bernlef prachtig schrijft, en omdat het een enorm indrukwekkend boek is.

Hersenschimmen gaat over Maarten Klein, een al wat oudere man. Langzamerhand wordt hij steeds dementer, en kan zich steeds minder herinneren. Hij weet niet meer waar hij is, hij herkent zijn vrouw niet meer, hij meent dat hij naar zijn werk moet. An sich al redelijk indrukwekkend, maar wat het echt bijzonder maakt, is dat het vanuit een ik-persoon geschreven is.


"Een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers" noemt de Volkskrant hem, en met recht. Bernlef is een geweldige schrijver. Zijn romans zijn fijn om te lezen, hoewel hij absoluut geen makkelijke onderwerpen kiest. En dat is waarschijnlijk ook wel zijn kracht.

Hersenschimmen verscheen voor het eerst in 1984, een tijd waar nog weinig bekend was over dementie. Misschien is dat de reden waarom juist dit boek zijn doorbraak bij het grote publiek betekende. Maar het is ook enorm goed geschreven, en nog steeds immens populair (ga maar na: ik heb de vierenzeventigste druk gelezen). Inmiddels zijn er in Nederland en Vlaanderen meer dan een half miljoen exemplaren van verkocht, en is het in meer dan tien talen vertaald. En dat wil iets zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen