zondag 18 december 2011

Ode aan de thuiszorger

Ze fietst door weer en wind en kou,
In avondrood, bij morgendauw,
Ze trapt haar kuiten rood, wit, blauw,

Ze zalft en steunt,
Trekt kousen uit,
Ze stelt gerust,
Zet pil of spuit,

Een woord, een daad, een klein gebaar,
Staat altijd voor haar mensen klaar,
Verzet de zin, begrijpt de klacht,
Heeft menig mens naar bed gebracht
End doet dat maar,
Jaar naar jaar.

Het grote hart, de goede zin,
Dwars tegen heel de tijdgeest in
Is zij de as, de spil, de draad
Van menig stad, wijk en straat.

Ik weet dat eens de tijd aanvangt
Dat ook ik ben bejaard.
En hoewel ze het niet van me verlangt,
Met haar bescheiden aard,
Zeg ik nu toch alvast: bedankt!
Je bent heel wat levens waard.

Loesje

Lief, hè? Een ode aan de thuiszorger, die het eigenlijk ook wel heel erg verdient.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen