dinsdag 20 december 2011

Ode aan de sok

Jij verwarmt grenzeloos,
De uiterste eindjes van mijn benen.
Jij omarmt pretentieloos
Mijn grote en kleine tenen.

Mijn vermoeide zolen
Mijn stoere hiel,
Mijn uitgepuilde kuiten,
Mijn strakgespannen achillespees
In streepjes, bolletjes, ruiten.

Je stinkt en geurt, verwarmt en zweet,
Teennagels, haren, hakken.
Ik werp je wel weg, maar weet
Dat ik je nooit laat zakken.

In wol, viscose of katoen.
Onder broek, charretel of rokken.
In laars, klomp, slipper of in schoen.
Mijn eigenste warme sokken.

Loesje

Juist omdat het rotweer is: een ode aan warme sokken, omdat ze zo fijn zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen